Op deze pagina wil ik U graag kennis laten maken met mijn schatten van dieren, nl. mijn tijgerpythons (gewone tekening en albino)!

Hierbij alvast een woordje uitleg:
De tijgerpython (python molurus) is op de netpython na de grootste pythonsoort. De tijgerpython heeft twee ondersoorten, de bekendste is ‘python molurus bivittatus’, die ook wel lichte tijgerpython of Burmese python wordt genoemd. De andere ondersoort, ‘python molurus molurus’ wordt ook wel aangeduid met donkere tijgerpython of Indische python.
Beide ondersoorten kennen een vrij grote variatie aan tekeningen en kleuren, die echter meestal bestaan uit een patroon van tijgerachtige, grote, bruine vlekken tot een bruine basiskleur met een lichtere nettekening. Hij heeft een fraaie tekening die in een natuurlijke omgeving een goede camouflage biedt. Het pijlvormige patroon bovenop de kop is kenmerkend voor deze soort.
Net als de andere pythons is het een wurgslang: hij doodt zijn prooi door zich er omheen te winden en te wurgen. Overigens kan de python ook bijten, maar hij is niet giftig.
Ze vinden hun prooi met gespecialiseerde zintuigen waarmee ze geur - opgevangen met hun gespleten tong - en sommige soorten zelfs warmte kunnen waarnemen.
De tijgerpython gaat vooral ’s nachts op jacht. In groeven bij de mond heeft hij speciale warmtezintuigen om een prooi in het donker mee op te sporen.
Slangen hebben geen ledematen, geen oogleden en geen uitwendige oren. Ook kunnen ze hun voedsel niet kauwen waardoor ze hun prooi heel moeten doorslikken. Toch zijn het perfecte jagers die zich over bijna de hele wereld hebben verspreid, inclusief de zeeën.
Anders dan de andere reptielen vervellen slangen in één keer. Hun oude vel stropen ze dan binnenstebuiten.
Het natuurlijke verspreidingsgebied is Zuid-Azië, maar de slang wordt in de westerse wereld veel gehouden als huisdier in een terrarium. Deze slang heeft een record van ’zwaarste levende slang’ op zijn naam staan in het ‘Guinness Book of World Records’. Het gaat om een 21 jaar oud exemplaar dat 182,76kg weegt en 8,23m lang is. De omtrek van dit dier is een dikke 70 centimeter. Er zijn ook wel eens exemplaren aangetroffen langer dan 9 meter (Bellosa 2003).
Deze lengtes zijn echter vrij ongewoon voor deze slang. In het wild wordt de 7 meter zelden bereikt en als in gevangenschap levende vrouwtjes worden zo’n 5 meter, mannetjes blijven meestal kleiner. Deze slang is populair als huisdier door zijn prachtige uiterlijk, maar daarnaast ook door zijn meestal tamme karakter.
Slangen horen thuis in de wereld van de ‘reptielen’.
De meeste reptielen leggen eieren, maar bij vrij veel slangen en hagedissen komen de eieren al in het moederdier uit. Anders dan bij amfibieën moeten de eieren van reptielen op het droge gelegd worden en zijn de jongen als ze uitkomen al volledig ontwikkeld.
Per keer legt ze 18 tot 55 eieren in een boomholte of kuil. Ze wikkelt zich om het legsel en als dat nodig is trilt ze haar spieren om warmte te ontwikkelen.
Verspreiding: India en zuid-oostAzië Biotoop: Savannes en bossen
Bij boeking van deze act wordt gevraagd dat de ruimte waarin de slang moet vertoeven minimum 22°C warm en tochtvrij is.
Slangen zijn tropische dieren en mogen in geen enkel geval onderkoeld worden.
De slang wordt door mij dan ook steeds getransporteerd in een warme kist, die extra verwarmd wordt door verwarmingselementen.
Respect voor mijn dieren is voor mij van noodzakelijk belang!
Ik hoop U met deze informatie van dienst te kunnen zijn!

 |